Rocco Granata werd geboren in Calabrië, zuid Italië, in Figline Vegliaturo, maar reeds op 10-jarige leeftijd emigreerde hij met zijn moeder en zusje naar België. Zijn vader was een jaar eerder aangekomen en werkte in de Limburgse mijnen.
Eenmaal in België begon hij met een stel jongens zijn eerste bandje “The International Quintet”. Rocco speelde accordeon en was tevens de zanger van de band.
Toen hij 20 jaar oud was schreef hij MARINA. Hij wilde heel graag een plaatje opnemen en samen met zijn Quintet trok hij de studio in om MANUELA op te nemen.
Omdat een singletje twee zijden heeft, moest hij noodgedwongen nog een tweede liedje opnemen. Hij koos voor MARINA, waarvan de tekst de dag van de opname zelf nog niet helemaal klaar was.
Maar helaas, geen enkele platenmaatschappij was geïnteresseerd in the release. Dus bleef er voor hem maar één oplossing, en dat was zelf het plaatje uitbrengen. Er werden 300 stuks besteld. De 300 eerste exemplaren van “MARINA”.
En er gebeurde een klein wonder. Rocco en zijn vrienden stopten de plaat in de jukeboxen van hun omgeving, en binnen enkele weken ontstond er een onnoemelijke vraag naar “MARINA” uit zowel binnenland als buitenland.
Een paar maanden later stond MARINA in de hoogste regionen van alle nationale en internationale hitparades, en één ding was meteen duidelijk: MARINA werd een wereldhit.
In verschillende landen kreeg Rocco’s MARINA het label “evergreen” van de nationale auteursmaatschappijen. De populariteit van dit liedje tart dan ook elke verbeelding, en het verbindt Rocco met grote namen uit onze tijd: in zijn memoires over President Kennedy vertelt de kok van het Witte Huis dat de President toen hij even in de keuken kwam soms het liedje “MARINA MARINA” floot, en in een biografie van Fausto Coppi lezen we ‘de dag dat Fausto Coppi begraven werd speelde de Italiaanse Radio de hele dag treurmuziek en Coppi’s lievelingsliedjes, vooral het liedje “MARINA MARINA”.
Rocco toerde over de hele wereld.
In 1959 nam Rocco samen met de grote arrangeur Joe Zito (die o.a. arrangementen schreef voor Frank Sinatra, Dean Martin, Paul Anka, etc…) een LP op in New York. Op de Hoes werd hij omschreven als “…de tengere Italiaanse mijnwerkerszoon met de lach in zijn stem en de getrainde vingers die accordeon spelen…”. Hij trad op in talloze TV-shows en in november 1959 trad hij samen met Conny Francis op in het mekka van de showbizz, The Carnegie Hall in New York.
Ondertussen scoorde hij hoog in de Amerikaanse hitparade.
Terug in Europa toerde hij vooral in Duitsland, waar hij hits produceerde als “OH OH ROSI”, “EIN ITALIANO”, “LA BELLA”, “BUONA NOTTE”, “TANGO D'AMORE” “IRENA” “MELANCHOLIE “…enz
Rocco trad ook op in een 10-tal muzikale films waarin hij zong en een beetje acteerde. Ondertussen maakte hij ook naam als componist, want zijn composities werden door wereldsterren als Dean Martin, Dalida, Caterina Valente, Four Aces, Marino Marini, Perez Prado, Flaco Jimenez, Falco, Chico & The Gipsies en door ontelbare andere artiesten op plaat gezet.
In 1961 werd Rocco, samen met o.a. Adriano celentano, gekozen om deel te nemen aan wat toen het grootste liedjesfestival ter wereld was, het Festival van San Remo. Wereldwijd keken er tussen de 600 miljoen en één miljard mensen naar deze zangwedstrijd.
In San Remo werd een liedje steeds vertolkt door twee zangers : Rocco zong samen met Sergio Bruni, de nummer 1 van Napolitaanse zangers, CAROLINA DAI en eindigden nummer acht. De telefonie was toen nog niet wat ze nu is en bij het afsluiten van het programma waren de punten van Zuid-Italië nog niet binnen!

Vermoeid na al die jaren als muzikale zigeuner de wereld rond te trekken, besloot hij terug te keren naar België, waar hij zijn eigen platenmaatschappij en uitgeverij oprichtte, Cardinal Records International en Granata Music Editions. Hij produceerde voor talloze bekende Belgische artiesten o.a. Marva, Miel Cools, De Elegasten, Marino Falco, Louis Neefs, Jacques Raymond, Will Ferdy, Franca en nog vele anderen.
Maar na een tijdje alleen de producties van lokale artiesten te verzorgen, voelde Rocco zich niet langer gelukkig en besloot hij om weer internationaal aan de slag te gaan. Dit resulteerde in de LP “20 Fantastic Italian Songs”. Het project werd internationaal opnieuw een groot succes. Rocco componeerde tussendoor filmmuziek en speelde af en toe een gastrol in een film. Reiner Werner Fassbinder gebruikte Rocco’s muziek in zijn film “Der Händler Vier Jahreszeiten” (1972)
Dat hij een multi- getalenteerd artiest is, bewees de instrumentale LP “PARADISO” die eveneens wereldwijd uitgebracht werd.
En dan 1989…30 jaar later…” MARINA”… in een nieuw jasje gestoken wordt weer een wereldhit. Dezelfde zanger,…dezelfde accordeon,…maar helemaal anders.
“MARINA” (New Beat) stond wekenlang hoog in de hitlijsten in België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië (9 weken nummer 1), Portugal, Argentinië, Mexico, Chili,…
Daarna nam Rocco de Duitse draad weer op: er verschenen twee nieuwe Duitse CD’s.
Ook bracht hij in het Nederlands en het Duits een sprookjes- en kerst-CD uit.
Door de release van “THAT’S AMORE” ging Rocco terug internationaal. De CD werd uitgebracht van Brazilië tot Rusland.
In 1995 kwam de CD “BUONA SERA M’N VLAANDEREN ” en Rocco trok samen met bevriende muzikanten enkele maanden door Vlaanderen.
De teksten van deze CD zijn biografisch en zeer gevoelig neergeschreven door o.a Johan Verminnen en Bart Van den Bossche.
Hij nam deze CD ook in het Duits op ‘DER WEG DURCH MEIN LEBEN’
Daarop volgden twee Italiaanse CD’s LA FOTOGRAFIA en STRAORDINARIO.
In 1999 trad hij 3 keer op in AB, en volgde er terug een toernee met zijn beste muzikanten en vrienden waaronder gitarist Chris Peeters.
Rocco werkte gedurende twee jaar aan zijn nieuwe CD PAISELLU MIU, de Cd die –zoals hij zelf zegt- “altijd al wou maken”. De meeste liedjes componeerde hij zelf en ook verschillende teksten nam hij voor zijn rekening.
Hij werkte samen met Michele Bisceglia, die hij de meest beloftevolle arrangeur vindt, een echt genie en een uitzonderlijk goede muzikant.
Het duo trok samen met 42 muzikanten de studio in : Studio Crescendo met Pino Guarraci als geluidstechnicus. Alle drie zijn ze Italiaanse mijnwerkerszonen en de toon was gauw gezet.
Ook Toots Thielemans speelde mee in o.a. in de titelsong PAISELLU MIU.
Toots noemde het Italiaanse blues.
Uit Portugal kwam de grootste Fado speler Custódio Castelo Rocco vervoegen bij de ode aan Lisboa.
Samen met Jo Lemaire zingt hij LA VIE A DEUX. De Franse tekst voor dit nummer schreef Claude Lesmesle, één van Frankrijk’s grootste tekstschrijvers. Claude schreef bv. L’ÉTÉ INDIEN en SI TU T ’APPELE MÉLANCHOLIE…

Maar Rocco zou Rocco niet zijn indien hij geen nieuwe CD klaar had : RICOMINCIAMO : vertaald 'WIJ HERBEGINNEN '
De CD 'PAISELLU MIU' gaat over verlangen en heimwee, RICOMINCIAMO gaat over liefde en passie.
Weer koos Rocco voor veertig muzikanten en een zeer uitzonderlijk begaafd arrangeur en tevens vriend Alain Van Zeveren.
Naast componeren is Rocco’s grote hobby golf spelen. Waar ook ter wereld neemt Rocco samen met zijn accordeon nu ook zijn golfclubs mee.
Ondanks alle successen is ROCCO GRANATA gewoon Rocco gebleven.
Rocco houdt van Italie, jazz, pasta, wijn, muzikanten, golf, treinen en stations,landschappen, basilicum, Italiaanse auto’s, Verdi en Puccini, Lissabon en gans Portugal, Labradors, Italiaanse koffie, schilders van de Latemse school, kamille thee, risotto,Visconti, Fellini, Scorseze, Coppola , Stijn Coninckx, en de stilte,
Rocco houdt niet van parties, genodigden die te laat komen (!), bonen, dat men hem zijn mening vraagt, koriander, eieren, slechte akoestiek in restaurants,wierook, airconditioning, diepvries frites, grote ronde tafels.